Nieuws no image

Gepubliceerd op 24 februari 2013 | door Redactie

0

Atje Keulen-Deelstra wilde eigenlijk geen heldin zijn

Geen jaloezie, geen zelfverheerlijking. Geen afgunst ook, nu de TVM-rijdster haar aantal mondiale titels had geëvenaard. In 2004 klonken soortgelijke woorden uit de mond van de Friezin toen Renate Groenewold haar onttroonde als laatste winnares van het WK allround. “Sterker nog, ik ben er blij om”, zei ze. ,,De laatste EK-titel was sinds het succes van Tonny de Jong al niet meer in mijn bezit. Nu ben ik dat wereldkampioenschap ook eindelijk kwijt.” 

De zinnen zijn tekenend voor Keulen-Deelstra. Ze genoot van het zwieren, het trainen en het winnen op de baan. De roem, eer en aandacht die met winnen gepaard gingen, deed haar echter veel minder. “Na mijn eerste wereldtitel in 1970 veranderde mijn leven volledig”, verduidelijkte ze later. “Ik werd doodmoe van alle nieuwe dingen die op me afkwamen. Kon er uiteindelijk ook niet meer tegen. Geestelijk was ik helemaal op. Het jaar na dat gewonnen WK reed ik ook heel erg slecht.

Alle randzaken kregen de geboren Grouster echter niet klein. Het plezier in schaatsen dreef haar terug naar het ijs, waar ze ondanks de toenemende druk en verwachtingen, fantastisch bleef presteren. Keulen-Deelstra groeide in de jaren zeventig uit tot de beste Nederlandse schaatsster ooit. Ze pakte vier wereldtitels allround (1970, 1972, 1973 en 1974), werd driemaal de beste van Europa (1972, 1973 en 1974) en viermaal kampioene van Nederland (1970, 1972, 1973 en 1974). Tijdens de Olympische Spelen van 1972 in Sapporo behaalde de Jirnsumse zilver op de 1000 meter en brons op de 1500 meter en de drie kilometer. Op het WK sprint werd ze tweemaal tweede en eenmaal derde.

Keulen-Deelstra brak pas door toen ze al een dertiger was. Laatbloeier. Ook na haar topjaren op de langebaan bleef de Sportvrouw van het jaar 1970 gebruik maken van haar talenten die vooral op het ijs zo fantastisch tot hun recht kwamen. Ze ging marathons rijden. En goed. Ook bij de vrouwen van de lange adem werd de Friezin een fenomeen. Vier jaar achtereen won ze het Nederlands kampioenschap (1975-1978). In 1980 pakt ze die titel voor het laatst. In 1977 en 1978 schreef ze de Marathon Cup op haar naam. In totaal won de vrouw die in haar topjaar 1970 een wereldrecord op de 1500 meter reed 63 marathons.

Dat Keulen-Deelstra drie keer een Elfstedentocht uitreed is op zich al een prestatie, maar vooral met het voltooien van de laatste tocht in 1997 oogstte ze veel lof. Een paar weken eerder was ze met haar auto nog op een loslopende koe geknald en liep ze ernstige fysieke schade op waar ze een leven lang last van zou houden. Toch moest en zou ze op 4 februari 1997 alle stempeltjes ophalen. Op de Bonkevaart werd ze nog één keer de schaatsheldin, die ze eigenlijk helemaal niet zo graag wilde zijn.

Daarna bleef ze vooral passief betrokken bij de schaatssport. Ze moedigde haar opvolgster vol vuur aan. Maar wat de anderen ook presteerden, Keulen-Deelstra bleef synoniem voor kwaliteit. Ze was de eerste echte Nederlandse topschaatsster, de beste Friezin ooit. De Jong, Groenewold en Wüst, daar doet niemand wat aan af. Ook de dood niet.

Bron: Friesch Dagblad

 

atje1

 

atje2

 

atje3

 

atje4

 

atje6

 

atje7

 

atje8

 

atje9

 

atje5

 




Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑