Bistedokter no image

Gepubliceerd op 10 juni 2007 | door Redactie

0

Dierenambulance

Het personeel van deze organisatie bestaat vooral uit vrijwilligers wier overdaad aan betrokkenheid en dierenliefde soms het gebrek aan intellect nauwelijks weet te maskeren. Dat mocht bijvoorbeeld blijken uit de trammelant die vorig jaar ontstond tussen twee rivaliserende regio’s, waarbij de chauffeurs met elkaar de strijd aanbonden om een dode hond, elkaar aanreden en na een ‘wild west’ achtervolging bij de rechter verantwoording moesten afleggen. Niettegenstaande dit feit wordt menig dier uitstekend opgevangen, bevrijd of geholpen en netjes in het asiel of bij de dierenarts gebracht.

Sommige mensen verwarren ons dierenartsen met de dierenambulance. Zo werd ik ooit eens gebeld met de vraag of ik de moedereend met een rits kuikentjes in de middenberm van de snelweg nabij het aquaduct in Grou even naar de overkant wou helpen. Dat ik zoiets niet tot mijn takenpakket reken werd me niet in dank afgenomen en eindigde in een scheldkanonnade die mij ook nog eens een schuldgevoel bezorgde. Ik denk dat zelfs de gemiddelde dierenambulance zich niet in de waagschaal stelt voor dergelijke klusjes. Ook ben ik wel eens getipt over een ‘erg gewonde kat’ ergens in een berm, die bij aankomst allang verdwenen was. Vaak ben je alleen veel tijd kwijt aan dergelijke meldingen. Ik realiseer me dat het voor het ambulancepersoneel ook lang niet altijd eenvoudig is.
Ik las in het fotoboek ‘Dierbaar’ van Jan van IJken & Ivo de Wijs al hoofdschuddend een tekenend relaas. Hartje winter twee jaar geleden in Amersfoort komt een melding binnen van een manke eend midden in de stadsvijver op een flinterdunne ijsvloer. Binnen 20 minuten is de dierenambulance ter plaatse maar ziet geen oplossing. Omwonenden stromen toe en er wordt besloten om de brandweer in te schakelen. Deze verschijnt binnen 10 minuten met wagen, boot, een duikteam en een schepnet. Een duiker gaat te water en baant zich voorzichtig tussen brekend ijs een weg naar de eend. De eend vliegt weg en teleurgesteld druipt iedereen af…
Bovendien brengt het risico’s met zich mee om dieren te vervoeren. Ik herinner me het transport van een niet gecastreerde kater uit mijn begin periode als dierenarts. Ik zou het beest even met de oude Mercedes van mijn vader meenemen naar Grou. Ik heb erg lang moeten horen hoe vreselijk de auto naderhand nog stonk! Katten moeten dus in een afgesloten bak. Honden vervoer ik bij hoge uitzondering ook wel eens. Ze willen altijd het liefst naast je op de bijrijderstoel. En vrijwel altijd hijgen. Alles nat. En gapen. Dat heeft dan weer niets met vermoeidheid te maken maar vooral met het niet goed raad weten met de situatie. Nee, dan is de dierenambulance beter berekend op vervoer van dieren. Alhoewel?

Vorig jaar mocht ik midden in de nacht op een merkwaardige manier van dienst zijn. Een dierenambulance uit Leeuwarden was de hele dag al onderweg om een agressieve Sint Bernard te herplaatsen. Uiteindelijk zou een opvang in Hoogeveen uitkomst brengen. Daar aangekomen durfde men het niet aan om het dier op te nemen, domweg omdat ie niet meer te benaderen was. Hij zat los achterin de auto en iedereen was bang voor hem. Dan maar terug naar Leeuwarden. Onderweg besloot de chauffeur ten einde raad een dierenarts te vragen het beest in te laten slapen. Het was ondertussen middernacht en ik bleek als enige op de route bereid te zijn om de helpende hand te bieden. Ik zal de details achterwege laten, maar uiteindelijk moest de kolos het loodje leggen…
Een veel aardiger verloop kende het laatste contact met de vrienden van het dierenhospitaal op wielen. Op hemelvaart werd door hen een aangereden jonge rode kater binnengebracht. Behoorlijk dizzy en met een kaakfractuur. Eerste zorg met pijnstiller en rust bood uitkomst. Daarna bracht ik katerlief onder zeil en zette de kaak met een staaldraadje. Een afgebroken hoektand werd tevens getrokken. De volgende dag was het dier alweer redelijk bij de pinken. Met heel veel kopjes geven leek hij zijn dankbaarheid te tonen. Wel stonk de hele praktijk een uur in de wind. Stank voor dank, want hij was nog een echte kater. Maar gelukkig begon het beest aan het eind van de dag zelfs wat te eten. Er waren geen meldingen van vermissing binnen gekomen maar ik wist waar ie ongeveer gevonden was. Dan zelf maar gaan speuren. En, oh mazzel, bij het tweede telefoontje was het al raak! Hij heette ‘Rosso’ en was nota bene op een steenworp afstand van de praktijk in Reduzum geboren. Ondertussen naar Wergea verhuisd en al een paar dagen zoek. Een gelukkige hereniging volgde. Leve de vrijwilligers van de dierenambulance!

Menno J. Wiersma,
Dierenartspraktijk Grou-Reduzum




Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑
  • Lid worden?

    Steun jirnsum.com en word lid van het Plaatselijk Belang!

    Ja, ik word lid!

  • Aankomende evenementen

  • Nieuws van de verenigingen