Nieuws no image

Gepubliceerd op 5 mei 2004 | door Redactie

0

Geladen revolver in Jirnsumer school

Zeker in de april- en meimaanden, een periode van herdenkings- en bevrijdingsprogramma’s op radio en televisie.
In het laatste halfjaar van de tweede wereldoorlog kende de Jirnsumer school ook roerige, rumoerige en rommelige tijden.

Van november 1944 tot mei 1945 deed het gebouw dienst voor het huisvesten van de vele oorlogs- en hongervluchtelingen uit de geteisterde gebieden. In de laatste oorlogsmaanden werd de school gevorderd als een soort kazerne voor Duitse soldaten. Tijdens de bevrijdingsdagen waren er Canadese bevrijders (in schoon stro) ingekwartierd.

Het in 1877 gebouwde schoolgebouw had nog maar enkele jaren geleden in 1937 een grondige opknapbeurt en gedeeltelijke nieuwbouw ondergaan. Bij de feestelijkheden ter gelegenheid hiervan had men niet kunnen bedenken dat er zeven jaar later tijdelijk een geheel andere bestemming dan het geven en volgen van onderwijs voor de school aan de Rijksweg zou komen. Van november 1944 tot mei 1945 hebben er in de school totaal ongeveer 2500 mensen overnacht, aldus meester LAMMERT DE VRIES, het toenmalige hoofd van de school.

1937, de verbouw en (aanbouw) van de school is opgeleverd.

Meester De Vries laat een dagboek na, waarin hij de laatste oorlogsmaanden in Jirnsum beschrijft. Uit deze uitvoerige impressie maakte de redactie een samenvatting van deze beklemmende, spannende, angstige en ook hoopvolle weken, die voorafgingen aan de uiteindelijke bevrijding.

IRNSUM, JANUARI – MEI 1945
1 Januari 1945. Het was met een beklemd gemoed dat de inwoners elkaar een gelukkig nieuwjaar wensten . Wat zou de toekomst brengen ? Het leek somber. In Holland honger en kou, Brabant en Limburg grotendeels verwoest. In de noordelijke provincies weliswaar geen hongersnood, maar toch grote zorgen voor de komende dagen. En de oorlog schoot niet op. De Engelsen en de Amerikanen waren integendeel 100 kilometer teruggeslagen, bijna tot Dinant. De Russen hadden hun offensief nog niet ingezet. Kort daarna kwamen echter betere berichten van het oostfront. De Russen begonnen een geweldig offensief een vorderden in enkele dagen 100 kilometer. De hoop begon te herleven een het vertrouwen in de overwinning werd nog sterker toen de Engelsen en Amerikanen een geweldig offensief tegen de Siegfriedlinie inzetten.

Hoe was de toestand in Irnsum? Bij andere plaatsen vergeleken best. Het broodrantsoen was nog voldoende en tegen 20 cent per liter was er nog voldoende melk te krijgen.
Ook met brandstof was het beter gesteld dan op andere plaatsen. We profiteerden meermalen van de scheepvaart in de Boorn. Herhaaldelijk passeerden hier schepen met Duitse militairen als bewakers, die wel genegen waren tegen voedingsmiddelen en kleding olie en steenkool te ruilen . Op deze wijze wisten de inwoners van Irnsum de kachel brandend te houden en was Irnsum een van de weinige dorpen waar het struikgewas langs de wegen niet geheel was weggekapt….
Gelukkig dat de winter zacht was, anders was de ellende niet te overzien geweest, vooral voor de vele vluchtelingen en evacuees die Irnsum passeerden. Bij duizenden zijn ze gepasseerd. Irnsum was een doorgangsplaats waar ze moesten overnachten. Onze school was ook geregeld bezet. Vanaf november tot maart hebben plm. 2500 personen in de school overnacht.
Ons gezin was in die tijd met twee meisjes vermeerderd. Het ene meisje kwam tegen februari uit Hilversum met een transport hongervluchtelingen. Het andere meisje, Ineke Jansen, kwam plotseling op een avond, lopende vanuit Rotterdam. Ze was twaalf dagen onderweg geweestt en had de hele weg te voet afgelegd, haar bagage in een wagentje. Ze vroeg onderdak en we hebben haar tot 13 juni gehouden.
Ook uit Amsterdam kwamen er velen en later nog uit Den Haag. Totaal zijn hier ruim 200 kinderen verzorgd. Ze begonnen al spoedig te groeien.Geweldig, zo die kinderen konden eten!

De berichten van het front werden steeds beter. De Amerikanen waren de Rijn overgetrokken en toen was het lot van Duitsland spoedig beslist. De Canadezen trokken ons land binnen. De Graafschap was eerst bevrijd; in Zutfen is hevig gevochten. Nadat Twente vrij kwam naderden de bevrijders spoedig de Friese grenzen. Dagelijks zagen we in Irnsum grote groepen Duitsers zich terugtrekken. Het was een zielig gezicht. Ze hadden gestolen fietsen, soms met lege banden of ze reden op boerenwagens, mestkarren en dergelijke vervoermiddelen. In het eerst trokken ze dóór Irnsum, later moesten ze overnachten bij boeren en in scholen. Onze school was pas helemaal gereinigd, en het onderwijs zou de volgende week weer beginnen… maar 7 april verschenen er enige officieren die de school vorderden. In de lokalen werd weer stro gebracht en zo was hij spoedig in een kazerne geschapen. De kapitein, die de komst der soldaten afwachtte, was een tandarts uit Neurenberg, kapitein Kraal. Hij heeft die dag bij ons gegeten en ’s nachts gelogeerd. Ik heb vele uren met hem gedebatteerd. Hij bleek een vurige nazieman te zijn. Ik vertelde hem van de gruwelen die de Duitsers in Nederland hadden uitgehaald. Tenslotte erkende hij: “Ik geloof dat wij het in Holland verkeerd hebben aangepakt.”

Hij heeft ons foto’s van zijn huis en zijn gezin laten zien en deelde ons mede dat hij zijn vrouw verzocht had zich met de kinderen van kant te maken als de Russen de stad zouden bezetten. De volgende dag reisden ze af naar het Noorden.
Zondag 9 april verschenen 100 rekruten o.l.v. een luitenant uit Potsdam. Deze zijn hier drie dagen geweest. Ze gedroegen zich ordelijk. De jongens zochten zelfs de strootjes (van het stro waarin ze sliepen) van het plein en verlieten de school netter dan hij tevoren was. Alleen vond ik later op zolder twee lege krijtdoosjes die ze als w.c. hadden gebruikt. Het weer was toen steeds prachtig. De rekruten, jongens van 16 á 18 jaar, van wie er velen geen geweer hadden, maakten met het naakte bovenlijf, gymnastiekoefeningen op het sportterrein. Ze gedroegen zich tot het laatst toe correct en men had eerder een gevoel van medelijden dan afkeer als men de jongens zag.
11 april vertrokken ze plotseling, als ganzen achter elkaar lopende, richting Terhorne. Men zegt, dat er velen bij een bombardement van Engelse vliegtuigen in het IJsselmeer zijn verdronken.
12 april kwamen zich een paar officieren melden om bij ons ingekwartierd te worden. Ze waren met een tweepersoons ledikant tevreden. Hun bagage verscheen ’s avonds maar werd middernacht weer weggehaald. Ze vertrokken ijlings, richting Lemmer. Er was zeker haast bij. Hetzelfde beeld vertoonde zich in het hele dorp. Er waren soms wel zevenhonderd man. Er werden gaten gegraven, telefoon werd aangelegd en het had de schijn dat ze zich hier zouden verdedigen. De Irnsumers waren er dan ook lang niet gerust op.
13 april, alles was weer vertrokken. De laatste soldaten die Irnsum verlieten waren soldaten, die de winkel van De Zee als opslagplaats hadden gebruikt. Dit waren allemaal goederen van gedode Duitsers. Aan de kant van de Boorn werder portretten, brieven, notities, dagboeken, enz. verbrand.

Ondertussen vorderden de Canadezen snel. We kregen stellige berichten dat ze te Oldeberkoop waren. Te Heerenveen waren de bruggen opgehaald. Het zou nog een kwestie van een paar dagen zijn.
14 april. ’s Morgens vroeg werden we gewekt door een drietal hevige ontploffingen. Het waren de bruggen, op de Syl en Oudeschouw, die door een paar Duitsers werden opgeblazen. Vooral de vernieling van de brug bij Oudeschouw was zeer te betreuren. Daardoor werd de opmars van de Canadezen uiteindelijk zeven uur opgehouden. Plotseling bleek dat er nog een drietal Duitse schepen met voorraden munitie zich tussen de bruggen bevonden. Ze waren opgesloten en het gerucht ging dat ze de schepen in de lucht zouden laten vliegen. Dat zou een ramp voor Irnsum worden…. Gelukkig liep ook dit goed af. De schepen maakten door nieuwe ontploffingen de scheepvaart vrij en zo vertrokken ze richting Terherne. Alweer een gevaar voorbij! ’s Avonds gingen we onder grote spanning naar bed. Wat zou ons de volgende dag brengen?
15 april zondagmorgen om 9 uur. We zagen de laatste moffen voorbij wandelen. Het waren de bewakers van de Terhornstersluis. Daarna viel er een stilte en steeg de spanning. Ik haalde mijn radiotoestel vanonder de granieten gangvloer in de school voor de dag en ontdekte in één der schoolbanken een geladen revolver! Die heb ik maar bij de Canadezen ingeleverd.
’s Morgens om 11 uur zag ik een groot aantal mensen naar Oudeschouw lopen en fietsen. Ik volgde hun voorbeeld en ontdekte daar enige Canadezen die de situatie rustig opnamen.

De auto’s konden echter niet passeren. Om half twaalf kwamen de bevrijders bij de Syl. Hier zag ik voor het eerst enkele tanks op rupsbanden. Ze konden echter niet over de beschadigde brug. Enige Canadezen klommen er echter overheen en gaven de toegestroomde kinderschaar een hand. Ook deelden zij de eerste sigaretten en zuurtjes uit. De mensen waren opgetogen. Heel Irnsum was in rep en roer. “Daar komen ze…” werd er geroepen. En toen, toen zijn bij ons de eerste bevrijdingstranen geschreid.

Een stroom van nieuwsgierigen golfde langs de straatweg naar Oudeschouw om daar het bouwen van een noodbrug gade te slaan. Dat werk schoot flink op; iedereen wilde een handje helpen. De architect, de Jirnsumer Tjerk Fokma had de leiding en met behulp van de houtvoorraden van de schuur van Dikkerboom (it swarte hok) en van de houtzagerij in Akkrum, werd de noodbrug gemaakt. De gehele dag was het prachtig weer, zodat een duizendkoppige menigte zich langs de straatwegen bevond. Om zes uur was de brug klaar en toen begon de eindeloze intocht. Eerst een kleine auto, een jeep en toen een eindeloze rij van auto’s, lichte en zware tanks.
De mensen jubelden, de kinderen zwaaiden met vlaggetjes, ieder was met oranje getooid. Het waren ontroerende ogenblikken. De eerste chocola en sigaretten werden uitgedeeld. Ider was vol lof over het prachtige materiaal en de keurige soldaten. Er kon geen auto passeren of hij werd toegejuicht. Het was een ware feestdag.


Ook 50 jaar later was er in Jirnsum veel applaus en gejuich voor Canadezen in hun in 1945 gebruikte voertuigen.

’s Avonds kregen we bericht, dat er inkwartiering in de school zou komen. Een 50-tal Canadese soldaten kwamen ’s avonds in het stro een slaapplaats zoeken. De heer Tjerk Fokma had nieuw stro laten komen, omdat hij ze niet in het moffenstro wilde hebben.

In het eerste lokaal speelde zich echter een ander tafereel af. De NSB-ers en geestverwaten werden een voor een opgehaald, met de handen omhoog. Fietsenmaker en electriciën Luppen ontpopte zich als commandant der ondergrondse. Hij gaf bevel de een na de ander op te halen, zodat ’s avonds een achttal aanwezig waren. Op een platte wagen zijn ze dezelfde avond naar de school in Rauwerd vervoerd.

Nu was het dagen achtereen feest. Niemand dacht aan werken. Ze gingen in groepjes langs de weg staan om de stroom van auto’s en tanks toe te wuiven. Iedere dag was het prachtig weer. ’s Avonds na acht uur verzamelden de Irnsumers zich bij de Wide Steech om te nieuwsberichten te lezen. Die werden na acht uur op een schoolbord bekend gemaakt.

Friesland was spoedig geheel vrij en is redelijk goed uit de oorlogsjaren gekomen. Alleen zijn er wel een 70-tal bruggen vernield. Dat vormde een ernstige belemmering voor het verkeer, maar langzamerhand werden de problemen opgeheven.

De NBS (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) kreeg het verder nog druk; niemand mocht verder dan 6 kilometer van zijn woning en voortdurend werden de persoonsbewijzen gecontroleerd. Ook werden er hier en daar nog vluchtende NSB-ers gearresteerd.
Langzamerhand kreeg alles weer zijn gewone aanzien. Het verkeer vermeerderde met de dag. De kranten verschenen weer vrij geregeld. De mensen konden weer vrij praten, kritiseren e kankeren.

Het Duitse nazi regiem was voorbij!! Een nieuwe tijd was aangebroken.

Met dank aan mevr. Klaasje de Jonge-de Vries uit Velp, die de dagboeken van haar vader ter beschikking stelde.




Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑