Historische verhalen no image

Gepubliceerd op 2 maart 2003 | door Redactie

0

Nei it ferline werom : De Iisbaenstrjitte

IJsclub Jirnsum in vogelvlucht, met als rode draad de ijsbaan-perikelen.
Er is, behalve over het “baan wel-en-wee”, veel te vertellen over de al 140 jaar oude IJsclub Jirnsum.
1863-1873. Van deze eerste jaren zijn waarschijnlijk geen bijzonderheden (jaarverslagen, wedstrijden, e.d.) vastgelegd. In 1873 schrijft secretaris R.H. Wartena ( bakker in v.m. bakkerij G.Kiestra) in zijn jaarverslag: “Irnsum mag zich nu tien jaren verheugen in het bestaan dezer ijsvereeniging en mogten wij allen, het bestuur zoo wel het ledental eendragtig zamenwerken, in alles wat in het belang eenen vereeniging is, als dan kunnen wij rekenen op de bloei onzer vereeniging” . In de Friesche Courant van 8 september 1862 worden diverse nieuwe aktiviteiten vermeld, die in Jirnsum op stapel staan. Eén daarvan: “Nog is men er op uit om hier ook de genoegens der Volksvermakelijkheden te genieten en de middelen daartoe aangewend, worden met den gunstigsten uitslag bekroond”.
Hieruit kan waarschijnlijk worden afgeleid dat de Vereniging voor Volksvermaken (VVV) toen inderdaad is opgericht en daarmee verband houdend de ijsclub. De schaatswedstrijden voor kinderen werden lange tijd georganiseerd door de VVV.

De ijsclub had in de beginjaren ook een beschermheer, Mr. E. Cats, een welgesteld en deftig persoon, woonachtig in een voornaam landhuis aan de Rijksweg. Het is later afgebroken en stond op de plaats waar nu de familie Gerber woont. Mr. Cats leefde royaal en schonk ook met gulle hand aan de ijsclub. Kwam de club geld te kort, het werd door Mr. Cats aangezuiverd. Toen hij op 27 november 1877 niet op de ledenvergadering kon komen, liet hij dat schriftelijk weten en….. “ik stel hierbij 50 gulden aan uwe vereeniging disponibel”.
Zijn overlijden in 1882 werd in de jaarvergadering plechtig herdacht. In deze vergadering werd een bestuursvoorstel aangenomen om de “erven” de eretitel van beschermheer aan te bieden. Dezen hebben hierop evenwel nooit gereageerd. Damsma: “Faaks hawwe hja tocht: dy grouwe stikken jild oan de iisklub, dat moat mar út wêze.”

Jaarvergadering 24 november 1874: Men ging over tot de aanbesteding der baan, als voorwaarden werden gesteld, dat de aannemer leveren moest: 70 à 20 voets juffers en ongeveer twee bos latten om de juffers te plaatsen op de daartoe, door het bestuur aan te wijzen plaats en op last van het bestuur moet hij ze weder verwijderen. Aannemer is geworden Abraham van der Meer, voor de som van f.117,50. Alle pogingen werden in het werk gesteld, daar de plaats waar wij onze baan moesten aanleggen, men zou haast zeggen, het was niet doenlijk, werden geen pogingen ontzien. Tal van arbeiders uit onze plaats kwamen met schep en schap, om het oneffene vlak te maken, waarna wij op den 25 februari 1875 eene hardrijderij mogten houden van manspersoonen welke geene geadverteerde prijs mogten hebben gewonnen.

Jaarvergadering 26 november 1875. Tijdens de rondvraag kwam Abraham van der Meer met het volgende voorstel: waarbij hij in bedenking geeft dat het zijns inziens niet geoorloofd moest zijn dat bij de afloop der hardrijderijen het bestuur in gezeldschap van hunne vrouwen aan de zoognaamde Directie-tafel zitting namen. Indien de vrouwen van bestuursleden nl. lust gevoelden om bij de prijsuitdeeling tegenwoordig te zijn, zo konden zij wel aan afzonderlijke tafels plaatsnemen om het bestuur te vrijwaren van mogelijke verdenkingen ten opzichte van handelingen die nadelig voor de kas zouden zijn. Het voorstel van Abraham haalde het niet. Het werd met 15 tegen 3 stemmen verworpen.

De jaarvergadering van 19 november 1879 werd gehouden in het nieuwe café De Twee Gemeenten. Er werd een rooster vastgesteld in welke van de acht (!) café’s de vergaderingen en prijsuitrekingen gehouden moesten worden.

In de ledenvergadering in 1887 is men van mening dat het tijd wordt voor een vaste baan, zodat men niet bij iedere rijderij moet slepen met de juffers en de latten om een baan uit te zetten. Soms was dat op de Boarn of elders in het dorp op een laaggelegen weiland. Er wordt een commissie in het leven geroepen die de mogelijkheden onderzoekt. De commissie bestond uit: Age E. Postma (1e herbergier van De Twee Gemeenten), J. Zweitser en Anne Y. Damsma. Eén van de mogelijke opties was het land “tusschen de Grindweg (Grousterdyk) en de Jirnsumer Nijdammole. Het ging niet door: de landeigenaars waren niet bereid het land ’s winters onder water te hebben. Toch is er deze winter een hardrijderij voor mannen geweest, want volgens de boeken is er na afloop en bij de prijsuitreiking in zaal R. Elzinga “in menige toast het 25-jarig bestaan van de ijsclub herdacht”.

Tijdens de jaarvergadering op 24 november 1902 stelt secretaris Doeke Pasma aan de orde dat er een begin is gemaakt met de afgraving van de Jirnsumer terp.

Damsma: Dit soe wolris in moai plakje wêze kinne foar in nije baan op in smout plak, ek noch midden yn de buorren. Der is in kommisje beneamd dy’t kontakten lizze soe mei de eigners en hierders fan dit lân. It wie it bestjoer yn ‘e wei dat hyltiten wer op oare plakken hurdriden wurde moast, wit hoe faak al hiene hja besocht in fêst plak te finen, mar dat mislearre eltse kear wer. Dan wiene de kosten wer te heech, dan wer slagge it net om it lân ûnder wetter te krijen en it gie sels in kear oer wegens “Geloofsovertuiging fan de eigner.”

Ledenvergadering 30 november 1903. De vereniging zit al enkele jaren zonder voorzitter. Er is geen animo voor deze functie. De één na de ander bedankt voor de eer. De aanvang van deze jaarvergadering wordt als volgt door de secretaris genotuleerd: Ongeveer half acht wordt door de tijdelijke voorzitter de vergadering geopend, na de aanwezige leden toestemming te hebben gevraagd en verkregen om hedenavond als leider op te treden, waarbij hij de innigen wensch uitte, dat bij de straks te volgen besprekingen en stemmingen, bij alle aanwezige personen, de grondtoon moge heerschen, niet te lagchen en te giegelen, maar steeds in het oog houden de belangen onzer ijsclub.

Jaarvergadering 24 november 1908. Te ongeveer acht uur wordt de vergadering door den voorzitter geopend, met den wensch dat waar de club iets grootsch hoopt tot stand te brengen, ze daar ook de steun en sijmpathie van alle leden mag ondervinden. Het “iets grootsch” had te maken met het aanleggen van een ijsbaan op de plaats van de huidige Douwemastrjitte – een gedeelte van de in 1902 afgegraven terp. Er wordt een oproep gedaan aan “den gansche burgerij van Irnsum op dinsdag 27 oktober om met het bestuur de belangen te bespreken van het AANLEGGEN VAN EENE KUNSTIJSBAAN op de landen, in eigendom bij den heer D. Boorsma te Leeuwarden en mede behoorende aan de Hervormde Kerk te Irnsum” In het verslag van deze vergadering lezen we dat “Besloten werd tot den aanleg van een nieuwe ijsbaan op een terrein achter het dorp, tot welker oprichting het bestuur in staat gesteld was door de milde bijdragen der ingezetenen”.

Jaarvergadering 24 november 1909. Aan de leden wordt meegedeeld dat ** De vereniging de bevoegdheid heeft verkregen van rechtspersoon ** Er een overeenkomst is getekend met de eigenaren en huurders van het land (de afgegraven terp), waarop de ijsbaan aangelegd zal worden. In deze notariële akte is tevens vastgelegd het recht van opstal voor de ijsclub ten eeuwigen dage. Dat ten eeuwigen dage duurde tot aan de tijd dat de uitbreiding van Jirnsum beslag heeft gelegd op het voortbestaan van deze ijsbaan. Door het gemeentebestuur van Rauwerderhem is wel toegezegd dat de gemeente voor een nieuwe ijsbaan zou zorgen.

Een sprong van 50 jaar in de tijd toen bekend werd dat de vertrouwde ijsbaan definitief zou moeten verdwijnen…. Een citaat uit het jaarverslag door Gerben van der Goot: En no rint it mei dy âlde baan nei syn ein. Men wit it: Het nijpende verkeersprobleem en het uitbreidingsplan freegje om maatregels. Dat de iisbaan dêr oan ten offer giet spyt ús tige, mar wy witte ek dat it algemien belang foar it groepsbelang gean moat. Yn dat ljocht besjoen bringe we dat offer sûnder protesten en winskje we it gemeentebestjoer sukses mei de fierdere útdijing fan ús doarp. Us gedachten geane onwillekeurig noch efkes werom nei dy iisklub en dy iisbaan. Fan dy baan, hast 50 jier âld, geslachten profitearren der fan. Mei it dan sa wêze dat der yn gearwurking mei it gemeentebestjoer yn slagge wurde kin om plak foar in nije baan te finen. In plak dat ek beskut is en wêr’t nocht en wille de boppetoan hawwe meie.

We pakken de draad van het verleden weer op met hier en daar wat wetenswaardigheden uit het kleurrijke bestaan van onze oude dorpsvereniging.

1916, geen ijswinter. Dan maar een feestavond in café Dölle. Het door de Poppingawierster toneelclub opgevoerde toneelstuk viel zeer in de smaak.

Tijdens de rondvraag van de ledenvergadering op 14 december 1918 krijgt “master” Cancrinus het woord. Hij houdt een pleidooi voor meer Fries in correspondentie, advertenties, notulen, enz. “Hij wou alles veranderd zien en we behoefden op zoo een boerendorp dan ook geen Hollandsch te spreken”.
Cancrinus kreeg veel bijval, maar zijn voorstel is nooit uitgevoerd.

1926. De baan is te kort voor de wedstrijden en hij moet ook nog wat uitgegraven worden. Voor de financiering werd een geslaagde bazar gehouden en ieder lid betaalde twee kwartjes extra contributie. Uit een krantenverslag:…. Meegedeeld werd dat de netto-opbrengst van een gehouden bazaar en verloting f.550,- bedroeg en dat hieruit zoo mogelijk zouden bestreden worden de onkosten voor verlenging der baan, voor aanschaffing en vernieuwing van palen, touwen en vlaggen en voor een eventuele verlichting der ijsbaan.

10 december 1933. Tijdens een prijsuitreiking van een hardrijderij – waarbij de muziekvereniging vrolijke twee-kwartsmaten over de 25-jarige baan slingerde – werd ook het 25-jarig bestaan van de baan gevierd. Verschillende voorvallen werden gememoreerd. De avond werd verder (aldus een krantenverslag) gevuld met voordrachten, zang, dans en … toasten.
Eén van de voordragers is Hendrik Langhout. In een prachtig gedicht wordt in één van de 11 coupletten (geschreven door meester Van der Zee) in het kort een treffend beeld gegeven van de prijsuitdelingen, die na iedere wedstrijd in één van de café’s plaats vonden. Dan komt de priisútdieling Dy koart de jûn moai yn. Mar mannichien dy sjit der soms Syn nachtrêst heal bij yn. ´t Is wier sa as it sprekwurd seit : Gezelligheid, die kent geen tijd. Mar, ’t einbeslút is bûten kiif, In protteltsje fan ’t wiif.

In de rondvraag van de jaarvergadering op 25 november 1936 wordt het volgende aan de orde gesteld: Allereerst K. van Balen. Hij wil dat de politie nauwkeurig zal toezien op de kinderen, die, dat is bekend, graag even willen proberen of de baan kan houden. In tegenstelling hiermede meent onze bode dat het de taak van Hette Buitenveld is, om op de kinderen te passen! Deze laatste kan hier moeilijk op ingaan, daar zijn bezigheden hem meestal elders roepen. Een ander idee geeft P. Goinga aan de hand. Hij wil een kwade hond aanschaffen! Onze bode wil er wel op passen, maar dan moet hij er een daghuur mee verdienen. (De woning van veehouder/veekoopman Hette Buitenveld – waar momenteel Piet en Sjoukje Posthumus wonen – grensde direct zuidelijk aan de ijsbaan).

In de oorlogsjaren was er weinig animo voor het organiseren van rijderijen. In een jaarverslag verwoordt secretaris G.H. van der Goot het aldus: Het viel allen zoo verbazend zwaar te leven, zoodat, indien het toch nog mogelijk ware geweest een ijsfeest te organiseren, de lust en de moed ontbrak om werkelijk feest te vieren en het toch ook niet tegenover onze direct lijdende medemensen gepast was geweest.

Het voortbestaan van de ijsbaan gaat onzekere tijden tegemoet… Een krantenverslag (Frisia) van de ledenvergadering van 27 november 1953 meldt hierover: Naar aanleiding van het feit dat het ijsbaanterrein voorkomt in het uitbreidingsplan der gemeente en mettertijd bebouwd zal worden, kreeg het bestuur, gehoord de besprekingen van de vergadering, vrijheid van handelen bij het regelen van deze kwestie bij het gemeentebestuur ter verkrijging van een nieuwe ijsbaan.

Over deze vrijheid van handelen en het regelen van een nieuwe ijsbaan (en ook nog wat overige vermeldenswaardige aardigheden) volgen we de jaarlijkse ledenvergaderingen.

29 november 1956. Tijdens deze ledenvergadering bezorgt Sinterklaas een pakketje, bestemd voor de voorzitter, secretaris en penningmeester. De inhoud?? ….Drie ijsmutsen! Het was de Sint opgevallen dat de drie bestuursleden steeds met een ”gleufhoed” op bij de rijderijen aanwezig waren. Dat stond : “as in flagge op in strontpream”. Vandaar! De mutsen pasten goed.

28 november 1957 In zijn openingswoord brengt de voorzitter hulde aan drie steunpilaren van de ijsclub. Het waren Hette Buitenveld, Pieter Posthumus en Pier v.d. Meer. De eerste twee hebben de ijsclub jarenlang geen huur in rekening willen brengen voor hun land waarop de ijsbaan lag. Bij Pier v.d. Meer had al het ijsclub-materiaal onderdak, zonder dat het daarvoor behoefde te betalen. Alle drie leden kregen een wandbord van Makkumer aardewerk.

Pieter Posthumus
Hette Buitenveld

21 november 1958. Het belangrijkste punt van bespreking was een nieuwe ijsbaan. Men verlangt van de gemeente “zwart op wit” de toezegging voor een nieuwe baan, gelijkwaardig aan de oude baan en dat de financiële konsequenties voor de gemeente zijn.

Op 15 februari 1959 wordt de laatste (langebaan)wedstrijd op de Jirnsumer ijsbaan gehouden. De secretaris schrijft er een beetje weemoedig het volgende over:… Waarmee dan onherroepelijk de laatste hardrijderij sinds 1910 op onze aloude baan is gehouden. Er zijn op deze baan misschien wel honderd rijderijen gehouden. Geslachten en zij die na hun kwamen, hebben kleur gegeven aan Irnsums winterwille. Onze dankbaarheid en genegenheid mogen naar hun allen uitgaan die er voor zorgden dat de vlaggen konden wapperen.”

De pogingen om een geschikte plaats te vinden vorderen niet snel. Kennelijk neemt men de tijd daarvoor. 20 november 1959. Over de ijsbaankwestie wordt gezegd: Gjin nijs hjiroer. “In hin op aaien moat rêst hawwe.” Er was geen ijsbaan meer en dus ook geen rijderijen.

29 november 1960. Over de vorderingen voor een nieuwe baan: ”De hin op aaien is noch yn djippe slomme” . Nog geen baan, nog geen rijderijen.

24 november 1961. Er zit een beetje schot in. Het bestuur heeft wel acht keer vergaderd met het gemeentebestuur, maar toch, om met de eerdergenoemde broedende kip nog even verder te gaan: “De hin op aaien koe har wol dea bred hawwe” . Wel ijs, geen baan, dus nog geen rijderijen.

Op de honderdste ledenvergadering in 1962 is men niet zo feestelijk gestemd over een toekomstige baan: Gods molen maalt langzaam, maar die van Gedeputeerde Staten nog langzamer. Burgemeester v.d. Bent, eveneens ter vergadering aanwezig, … sit mei de hannen yn it hier. It bestjoer sil besykje om tastimming te krijen fan Watze Roorda út Wytgaard om syn lân op de Jirnsumersyl ûnder wetter te setten foar in iisbaan. Lokkich foar ús hûnderdjierrige iisklub hat dy dat tastien. Op dizze (tydlike) baan hat yn dy strange winter mear as 10 kear hurdriden west.

Een hoogtepunt in het seizoen 1962-1963 was de uitbundige viering van het 100-jarig bestaan. Met name de opvoering van de revue “De hûnderd fol”. Deze revue, die 5 keer op de planken werd gezet, was geschreven en op muziek gezet door voorzitter T. v.d. Zee en secretaris G.H. v.d. Goot.

1963. In deze zeer strenge winter waait de wind voor de Jirnsumer ijsclub en schaatsliefhebbers ineens uit de goeie hoek. Op 10 december 1963 gaf burgemeester Van den Bent toestemming, met goedvinden van Arjen Schoustra, het land van onze huidige ijsbaan voor het eerst onder water te zetten. Na vier jaar had Jirnsum weer een ijsbaan en al op 22 december 1963 kon er de eerste (estafette)rijderij worden gehouden.

Vanaf 1963 breekt er een rustige tijd aan. Hardrijderijen worden gehouden voor leden en schoolkinderen. Bestuursleden komen en gaan. Tot in de late jaren zestig. Het ATSJE KEULEN-DEELSTRA –tijdperk komt er aan. Het begint met prestaties op Fries, Noordelijk en nationaal niveau. Huldigingen, noch meer prestaties op E.K.’s, W.K.’s en Olympische Spelen. Meer huldigingen, een supportersvereniging, versieringen, feesten en duizenden bezoekers komen naar Jirnsum. En uiteraard is er veel geschreven over het fenomeen Atsje, w.o. enkele boeken.

“Oan alles komt in ein” stond er te lezen op een bord nadat Atsje had aangegeven dat 1974 voor haar het laatste jaar was om op de internationale banen uit te komen.

Jaarvergadering 5 november 1981 Het hoofdpunt van de agenda was het realiseren van een ijstent-gebouw. De kosten werden geraamd op f.18.000,-. De leden gaven het bestuur het groene licht om hiervoor stappen te ondernemen. Akties waren kerstkaarten- en kerstbomenverkoop. Het bleek een succes. De baan en het ijsclub-gebouwtje vormen het Jirnsumer wintersport-complex. Een naam voor het geheel bedenken gaf niet zoveel hoofdbrekens:
ATSJE KEULEN-DEELSTRA-IISBAAN.

Aan alles is dus helemaal geen eind gekomen. Hopelijk zal deze “nije baan”haar naam nog in lengte van jaren dragen en zal de IISBAANSTRJITTE de oude baan niet doen vergeten.

Fotoverantwoording: historisch foto-archief P. Posthumus.
Het boekje “1863 – 1988 125 jier IIsclub Jirnsum” , geschreven door Yge Damsma, over deze (oudste) Jirnsumer vereniging, was hierbij een waardevolle informatiebron en ondersteuning, evenals het boek “Fan Terp nei Terprâne” .




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑