Nieuws

Gepubliceerd op 11 mei 2016 | door Redactie

0

‘Neisoarch’ met Vogelwacht Jirnsum

Het was weer tijd voor de ‘neisoarch’. Ondergetekende was wederom gevraagd om mee te gaan en zijn kleurenblinde ogen de kost te geven wat betreft de nazorg. Dat een goede ‘aaisiker’ en ‘neisoarcher’ een goed onderscheidt moet kunnen maken tussen de ‘griene greide’ en de veelal bruine eieren en dito verenkleed mag geen verassing zijn. Echter, er is mij daar nooit naar gevraagd.
Daarover later meer.
Vogelwacht Jirnsum koos dit jaar Koninginnedag als dé dag. De dag dat de ‘aaisikers’ weer de ‘greide’ in mochten om te zorgen voor de gelegde eieren en jonge vogels. Voor het eerst, dit jaar, omdat het ‘aaisikjen’ dit jaar niet toegestaan was. De verleende ontheffing die het toestond om alleen in Friesland eieren te rapen (van heel Europa) werd niet verlengt.
Op het moment van uitnodigen was mij niet geheel duidelijk of er nu naar mijn nazorg expertise werd verlangt, dan wel mijn schrijfvaardigheden en zodoende de Vogelwacht onder de aandacht te brengen. Gemakshalve ging ik uit van die laatste.
Zodoende ging ik gewapend op laarzen en met camera richting De 2 Gemeenten. Sinds jaar en dag de ontmoetingsplaats voor de ‘neisoarchers’ van Jirnsum. Gezien de koude ochtenden van de laatste weken ging ik in winterkleed met de sjaal om. De eersten stonden in de zon op te warmen alvorens naar binnen te gaan en een plek te zoeken aan de stamtafel. Hier werden we allen voorzien van koffie en een gevulde koek. Gespreksonderwerp was dit jaar niet de ‘aaisikerstiid’, maar de hagel, voetballen en toch een klein beetje over ‘skriesen’, ‘tsjirken’, ‘ljippen’ en ‘strânljippen’. De meeste mannen waren er natuurlijk wel al op uit geweest en hadden ook al nesten geteld, koppeltjes geteld en nesten gemarkeerd. Vandaag was het zaak om dat nogmaals te doen om vervolgens alle vogels met rust te laten en deze te laten broeden en zorgen.

DSC_0884
Groepjes werden gevormd, routes werden uitgewisseld en de eindtijd werd gezet op kwart voor twaalf. Ik ging met Klaas Bruinenberg op pad. Wij gingen het land van boer Piet op. Dat is o.a. het land gelegen achter de boerderij van Bruinenberg. Klaas was hier ook al geweest en her en der stonden ook al stokjes en zelfs boer Piet had al takjes geplaatst tijdens het ‘jarjen’. Onze taak, deze ochtend, was het controleren van de stokjes en uitkijken naar nieuwe nesten. Bij het oplopen van het land was er nog weinig beleving, maar dat veranderde snel. De broedende ‘ljippen’ kwamen al snel in actie en met veel lawaai maakten ze hun kroost kenbaar dat wij in aantocht waren. Een gekrijs van jewelste. In de verdedigingsmodus roepen ze niet eigenwijs en lieflijk hun eigen naam. Nee; dan is het krijsen! De ‘strânljip’ maakt zelfs nog meer lawaai.
De eerste stokjes waren bereikt. Twee rieten stokjes, twee meter uit elkaar. En de onvermijdelijke vraag; “Sjochst em?”. In het anderhalve decimeter hoge gras zou een nest moeten zijn, maar ik zie het niet. Klaas graaft een beetje in een polletje gras en maakt het nestje vrij. “In broed tsjirke -aaien”. Prachtig toch?! De grastopjes zijn iets gekromd en zodoende te herkennen als nest. Voor een leek bijna niet te zien. Alsof dit het enige nest is dat we zullen vinden pak ik haastig mijn camera en maak een onscherpe foto. Volgende keer beter..We lopen verder en het valt mij op dat het alleen maar groen is. Dat klinkt misschien wat onnozel, maar ik kan mij herinneren dat het twee jaar geleden kleuriger was. Geel, paars, roze, wit. Dat was het land van Oepie, dat weet ik, maar toch. Ik heb dit voorjaar ook geprobeerd de perikelen rondom de weidevogel te volgen en men sprak van biodiversiteit. Dit is de graad van verscheidenheid aan levensvormen (Wikipedia). De biodiversiteit wordt vaak gebruikt als een indicator voor de gezondheid van een ecosysteem (Wikipedia). Hoe diverser, hoe gezonder. Los van het feit dat het gewoon mooi is als er wat meer kleur in de weilanden is, is het ook veel beter voor het systeem (in dit geval weidevogels) dat er meer kleur komt, want het gaat ronduit slecht met onze ‘ljippen’, ‘strânljippen’, ‘tsjirken’, ‘wylpen’ en met name onze ‘Kening fan de Greide’: de ‘skries’. Al dat groen is dus helemaal niet zo goed.
In veel minder woorden maakt Klaas mij dat ook kenbaar. Het draait alleen maar om het gras als voeding voor de koeien die soms het hele jaar binnen staan.. “As lieten se mar in meterke blomryk gers stean, lâns de sleaten”, zegt Klaas. Maar dat is soms al te veel moeite.
We gaan verder..

Nazorg 2016
Klaas wijst mij erop dat er verderop, op dat zwarte stuk grond vast meer nesten zijn. Het gekrijs neemt toe en Klaas herkent zelfs een ‘strânljip’ van een nest waar we later naar toe gaan. Op de zwarte strook liggen inderdaad een paar mooie nesten. Een enkele is al verlaten, maar er is er één met één ei én een jonge ‘ljip’ erin. Het arme beestje, gehuld in mooie schutkleuren, zit ineen gedoken in zijn nestje. Volgens Klaas zal het ei niet meer uitkomen. Het trillende jong laten we met rust, heit of mem zal em weldra weer opwarmen.
In de luwte van een dikke kluit heeft een ‘strânljip’ een nest gemaakt. Een nauwkeurig gekozen plek, gezien de koude zuidwesters van de afgelopen tijd. Het schijnt toch een ‘strânljip’ dingetje te zijn; kuiltje maken en eieren erin leggen. Zonder er bij na te denken. Niet zoals de ‘ljip’; met de puntjes netjes tegen elkaar.
We zoeken een ‘hikke’ op en gaan er tegenaan zitten. Ondanks het koude weer is het in het zonnetje goed toeven. We kijken naar vogels. Volgen er een paar en kijken waar ze naar toe gaan. Ik vertel mijn anekdote over het ‘strânljip’ koppeltje dat jarenlang op het dak van de voormalige bibliotheek van Grou een nest maakte. Klaas verteld mij dat er op het dak van de dropfabriek een koppeltje ‘lytse stirnsen’ heeft gezeten. En ook ‘strânljippen’. “Hjir sit faak in protte brasem”, wijst Klaas in de sloot naast ons. Klaas vist ook graag.
We lopen kalmpjes weer terug naar de boerderij en kijken uit naar de plekken waar we nog wat kunnen verwachten. Precies in één lijn achter twee stokjes staat Klaas stil en grijpt naar de grond. Hij heeft de kromme sprietjes ontdekt en vind een nestje met een paar eieren. Van een ‘tsjirk’, geloof ik. Die nestelt wel vaker vlakbij een ‘ljippenest’, zodat die de vijand wel wegjaagt en ze zelf niks hoeven te doen. Zo is er bij elk nest wel een verhaaltje. Net als het nest bovenop de door de tracktor omhooggedreven klei die na de hevige regenval omringd was met water. Of het ‘ljippenest’ waar ik geen stap verder mocht zetten omdat ik anders de aanlooproute van de ‘ljip’ zou verstoren. En als je het allemaal weet, zie je het ook wel. Maar daar is wel jarenlange ervaring voor nodig. Behalve die mooie ‘skries’ die ik met mijn bescheiden lens niet kon bereiken. Klaas wees mij erop, maar ik zag hem niet goed. Een bruine vogel in het groene gras. In de verte. Daar zijn een goed stel ogen voor nodig. En dat zijn die van mij allerminst; als het om groen en bruin gaat, of paars en rood..

Na de koffie bij Klaas, laat hij mij een zeer aandoenlijk filmpje zien van een ‘ljip’. Klaas heeft het zelf gemaakt met zijn camera en het laat zien wanneer een ‘ljip’ terugkomt bij zijn nest, nadat hij het heeft moeten verlaten vanwege de mens. Het komt aanlopen, gaat zitten, legt de eitjes goed en broedt. Het kuifje wuivend in de wind. Een prachtig beeld.

Nazorg 20161
Het beeld en de hele ochtend midden in de natuur geweest te zijn krijgt extra lading wanneer Klaas mij verteld over een stukje proefgras naast hun oprit. Eén of andere nieuwe grassoort die veel op bamboe lijkt, stug is en snel groeit. Eind april staat het al tot de knieën. “As se dit gers der yn goaie, sjoche we hjir nooit wer in fûgel”, zijn Klaas zijn beduusde woorden. Laten we toch hopen dat de toekomst er anders uit gaat zien. Dat de verstrekte subsidies voor het later maaien van het gras en het onder water laten lopen van een stuk ‘greide’, plasdras genaamd, aanslaat en een goed gevolg krijgt. Dat we over een aantal jaren weer ‘aaisykje’ kunnen, dat we weer kleurrijke ‘greides’ hebben met veel biodiversiteit en dat onze ‘greidefûgels’ in aantallen stijgen.
Terug bij De 2 gemeenten worden anekdotes gedeeld en getelde nesten kenbaar gemaakt. De ‘neisoarch’ zit er bijna op. De vogels worden nu met rust gelaten. Gelukkig is ‘de greide’ nog te nat om te maaien en hebben de jonge vogels wellicht iets meer tijd om aan te sterken, maar inmiddels heb ik al diverse gemaaide lapjes gezien en hoop ik toch echt dat ze allemaal weg zijn gekomen.
Op een doordeweekse dag in De Wâlden zag ik wel een grote biodiversiteit, maar ja, daar moet je ook zin in hebben; om daar te nestelen.. 😉

SH

DSC_0887

 

DSC_0873

 

DSC_0876

 

DSC_0878

 

DSC_0872

 

DSC_0894




Back to Top ↑