Nieuws no image

Gepubliceerd op 29 mei 2002 | door Redactie

0

Verrassingen tussen de puinhopen

In vervolg op een eerdere vermelding op deze site over de sloop van deze stjelppleats en de toekomstige nieuwbouw, ging de redactie een kijkje nemen naar het gestaag verdwijnen van deze laatste pleats op het restant van de terp in het gehucht Foutebuorren.
Gestaag, want het gaat hier niet om een zaak van: de beuk er in en in no time met bulldozers en ander groot sloopmateriaal alles neerhalen en afvoeren.

Bij aankomst werd er een kruiwagen vol met bijzondere tegeltjes en enige sierlijke, rozetvormige smeedijzeren ankers (?) in veiligheid gebracht in het busje van sloopbedrijf Haarsma te Harlingen. Ze waren te voorschijn gekomen vanachter een betimmering in een ruimte die destijds als washok werd gebruikt. De kruiwagen met tegeltjes was slechts een fractie van alle slooponderdelen die met zorg worden beoordeeld voor hergebruik elders. Het overgrote deel van alle materialen gaat naar een handel in antieke bouwmaterialen in Bolsward. Alle stenen (geeltjes) van o.m. het oudste gedeelte, dakpannen, tegeltjes, luiken, panelen, enz. worden zorgvuldig verwijderd. De stenen worden ter plaatse afgebikt.

Bij een rondje over de puinhopen van puin, hout en riet blijkt hoe bouwvallig vooral het oudste gedeelte van de boerderij is, de skuorre en it bûthús. Op veel plaatsen behoeft er geen zwaar slopersmateriaal aan te pas te komen om de muren neer te halen. De stenen zitten soms zo los, dat ze gemakkelijk handmatig kunnen worden verwijderd.
In de estriken tegelvloer in de (door deskundigen uniek genoemde) molkenkelder, met het gemetselde en gewelfde plafond, is duidelijk de breuklijn zichtbaar die aangeeft dat het gebouw naar twee kanten wegzakt. Een en ander geeft wel aan dat het de hoogste tijd wordt voor de slopershamer.

Hoe de hergebruikswaarde van de grote steunbalken (bynten) in de schuur is, is nog niet duidelijk. Aangenomen werd dat de, inmiddels in de buitenlucht staande dragers (sommige met een opmerkelijk gewelfde vorm), verankerd zouden zijn in de gemetselde “klampkes”. Niets bleek minder waar. De kolossale “grutbynten” rusten zonder enige bevestiging op de stenen ondergrond. De diverse bynten zijn onderling verbonden met houten pinnen.

Ook in het in 1878 gebouwde woongedeelte kwamen, na het verwijderen van board en andere veelvuldig gebruikte materialen van latere datum, de nodige verrassingen te voorschijn, o.a. de groen geschilderde plafonds en de ingebouwde kastjes met klassieke paneeldeuren. Op één van deze panelen is nog het restant te zien van “De Lentebode”, een bij het behangen in 1958 gebruikte krant, die, zoals valt te lezen, vier keer per jaar uitkomt. Is deze Lentebode wellicht een vakblad voor schilders? Behalve reclame voor verfsoorten is er, opmerkelijk genoeg, een advertentie in opgenomen voor: “Schilders- en Behangersbedrijf K. van der Hooft te Irnsum. Telefoon no. 51”.
Aangenomen mag worden dat Van der Hooft en medewerkers ook hier hun schilder- en behangerssporen hebben achtergelaten; in een weggetimmerde ruimte boven een bedstede heeft n.l. ene S(Sietse?) van der Hooft in 1964 met sierlijke letters laten weten dat hij er is geweest. Omstreeks die tijd is in dezelfde kamer een schouw weggebroken om ruimte te maken voor een groot raam aan de zuidzijde; meer licht, meer zon en een mooi uitzicht op het kanaal. Bij het weghalen van het boardplafond daarboven, kwam niet alleen de karakteristieke, in twee kleuren groen geschilderde balkenzoldering te voorschijn, ook daalde er een enorme massa “mûzekeutels” neer. De centimeters dikke laag daarvan op vloer en vensterbank getuigt van een wrede verstoring van het leefpatroon van het “mûzefolkje”.

Rijksweg 202, voor de bewoners, financieel gezien, een niet te restaureren bouwval, gaat binnenkort plaats maken voor een nieuw, comfortabel woonhuis (zie onderstaande bouwtekeningen). Een begrijpelijke keuze.

Toch zal het ongetwijfeld ook gevoelens van weemoed meebrengen. Het woonhuis mag dan van 1878 zijn, skuorre en bûthús en molkenkelder waren naar alle waarschijnlijkheid nog de overblijfselen van een zeer oude kop-hals-rompboerderij. Bij afbraak wordt pas zichtbaar met hoeveel vakmanschap, meesterschap en vernuft in een ver verleden deze bijna verdwenen pleats is gebouwd.
Het moet de bewoners (ook de vorige bewoners, de fam.Hornstra) een goed gevoel geven, dat het overgrote deel van onderdelen van hun pleats, die systematisch en zeer zorgvuldig wordt afgebroken, te zijner tijd elders een functie zal krijgen. Vast en zeker zal één onderdeeltje uit de voorgevel door Thomas en Tryntsje Jorwerda met liefde en zorg worden bewaard. Ze koesteren n.l. al, zolang zij er wonen, een klein ingemetseld gevelsteentje naast de voordeur. Dit aandenken aan de eerste steenlegging vermeldt:

Hier aangelegd
De eerste steen
W.F. de Haan
6 aril 1878.

6 aril; geen typefout van de redactie, maar… 124 jaar geleden gewoon een lettertje vergeten !

Op 10 juni 2002 ontving de redactie de volgende aanvulling:
Ook nog gevonden tussen de puinhopen, een balk met de naam van de eerste schilder van deze zathe.
Dit blijkt mijn over over pake te zijn geweest,die een schildersbedrijf in Jirnsum had. B.S van Balen 1879 zie bijlage foto van balk uit woonkamer.
Bote Sijbrens van Balen geboren 5 mei 1821 te Jirnsum overleden 1 februari 1905 te Jirnsum.

Vanaf 1700 wrotten de Sijbrens hier in de omgeving van Jirnsum al om, volgens het familie argief.

Eerder over dit onderwerp: Sloop stjelppleats




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑