Vogelwacht no image

Gepubliceerd op 18 maart 2007 | door Redactie

0

Vogels in en om Jirnsum, deel 11

Filmavond Vogelwacht 

De Jirnsumer Vogelwacht hield op 5 februari jl. haar traditionele filmavond, deze keer verzorgd door natuurfilmer en –fotograaf Wil Grond. In een onnavolgbare mengeling van Fries, Nederlands en Bilkers voorzag hij, zeer goed van de tongriem gesneden, zijn dia-voorstelling “De arctische zomer in Scandinavië” van gepassioneerd commentaar.
Voor wat wij in twee uur kregen voorgeschoteld legde hij in zo’n acht jaar enkele honderd-duizenden auto-kilometers af, steeds met Scandinavisch Lapland als einddoel. Het grotendeels boven de noordpoolcirkel gelegen Lapland is verdeeld over maar liefst vier landen: Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Wil Grond beperkte zijn noordelijke avonturen tot de drie eerstgenoemde landen; Rusland kom je zonder visum niet binnen.
Lapland is, naast ontzettend mooi, vooral ontzettend koud. Op een groot bord in Fins Lapland staat de laagste hier ooit gemeten temperatuur aangegeven: -55,3C! In de zomer kan het er daarentegen erg warm worden, vooral het oosten van Finland heeft dan het mooiste weer van de wereld met temperaturen tot wel 26C. Lapland kampt dan echter met een ander, niet minder lastig, probleem: de in onvoorstelbaar grote aantallen aanwezige hongerige steekmuggen. Sommige gebieden zijn hierom verboden voor kinderen. Als uitstekend muggenwerend middel werd insmeren met knoflookolie aanbevolen.
Wil Grond besteedde niet alleen aan de overweldigende natuur, maar ook aan de inwoners van Lapland en hun rijke cultuur, veel aandacht. Hij bezocht een groot congres van de Sami of Lappen, een volk van oorspronkelijk Aziatische afkomst, dat, zeer verspreid, het totale arctische gebied bewoont.
Het onderhoud en het sneeuwvrij houden van de wegen in Lapland gebeurt op een schaal die wij ons in Nederland moeilijk kunnen voorstellen. ’s Winters wordt er bij gladheid geen zout op de wegen gestrooid, maar er wordt een laagje grevel aangebracht. De maximum-snelheid ligt hier dan ook niet zo hoog, zo’n 70 km/u. Er wordt echter veel te snel gereden, vooral door de voor de bevoorrading van Lapland zeer van belang zijnde vrachtdiensten. Jaarlijks sneuvelen er enkele, meest jonge, vrachtwagenchauffeurs.
Natuurlijk ging veel aandacht uit naar de vogels van Scandinavië en Lapland. In een groot Zweeds natuurreservaat observeerde Wil Grond de balts van duizenden, pas uit het zuiden teruggekeerde Kraanvogels. Na de balts en de paarvorming moeten deze vogels soms nog wel 1500 kilometer vliegen naar hun broedplaatsen in Lapland. Dat broeden dient snel te geschieden, want de zomer duurt er slechts een maand (juli). Naast een maand voorjaar (juni) en een maand herfst (augustus), heerst hier negen maanden lang de donkere ijskoude arctische winter.
Andere vogelsoorten waarvan Wil Grond dia’s had gemaakt waren: de Wilde Zwaan, zo’n beetje de nationale vogel van Finland, de Temmincks Strandloper, de Grauwe Franjepoot en de Parelduiker. De vogels zijn in Lapland in het geheel niet schuw. Een Morinelplevier, een soort die Wil Grond na 48 jaar zoeken eindelijk vond en kon fotograferen, was zo tam dat, nadat de eieren uit het nest genomen waren, de vogel gewoon verder ging met broeden op de handen van de fotograaf.
Zo dicht kunnen de grote zoogdieren van Lapland in geen geval benaderd worden. Muskusossen of Oerossen zijn zelfs gevaarlijk te noemen; er zijn door de jaren heen al meerdere mensen door deze langharige runderen doodgedrukt. Elanden zullen niet gelijk een mens aanvallen, maar een botsing van deze soms tot een ton zware herten met een auto is voor beide partijen fataal. Rendieren zijn minder gevaarlijk. Wil Grond fotografeerde ze zelfs op het strand aan de Barentszee.In november worden de Rendieren op speciale plaatsen in grote aantallen geslacht. De huiden zijn zeer gewild bij toeristen.
Wil Grond maakte ook nog een uitstapje naar de Lofoten, een eilandengroep voor de Noorse kust. Cultuur en economie staan hier voornamelijk in het teken van de vis, ook het toerisme is hier primair op gericht.
De dia-lezing werd door het niet al te talrijk opgekomen publiek met enthousiasme en zelfs verbazing ontvangen. De avond werd afgesloten met de gebruikelijke verloting, waarbij prijzen als nestkasten, voedertafels en vetbollen konden worden gewonnen.

Meldingen en waarnemingen

• Mevrouw Odinga bracht mij op 18 november een mannetje Vink, dat ze dood vond aan de Rijksweg. De Vink broedt hier niet alleen, de laatste jaren in toenemend aantal, maar is ook een talrijke wintergast.
• Op 24 november zag ik een groepje van vier Halsbandparkieten overvliegen tussen Abbenwier en het Lekmar, in zuidelijke richting. Dit is mijn eerste waarneming in Friesland van deze exotische soort. Ik kende de vogel al wel uit Amsterdam, waar hij, net als op sommige andere plaatsten in de Randstad, is verwilderd en vrij massaal in parken broedt.
• Roelfien Smittenberg zag begin december een IJsvogel bij Jirnsumersyl. IJsvogels worden de laatste jaren steeds vaker in onze omgeving gezien. Het ontbreken van strenge winters, met veel vorstslachtoffers, is hier de oorzaak van.
• Via Arjen Schoustra ontving ik begin februari een Arnhem-ring, gevonden in het land van Van Vliet op het kadaver van een aanvankelijk onbekende vogel. Ik heb de ring naar de ringcentrale in Heteren gestuurd en bij terugmelding bleek het te gaan om een Ransuil, geringd op 23 mei 2000 in Tjerkgaast.
• Een aan een van de vleugels gewond mannetje Sperwer hield zich op 2 februari op in een drooggevallen sloot, achter het huis van Mariëlle Rijpma aan de Rijksweg. Met hulp van Mathias Schuurs heb ik de vogel gevangen, maar helaas overleed hij kort na de reddingsactie. Waarschijnlijk is de Sperwer bij de achtervolging van een prooi tegen een venster of schuifpui gebotst. Veel vogels kunnen de breking van licht in glas niet waarnemen.
• Sjoukje Hellinga zag op 9 februari een Koperwiek op de vetbol in haar tuin aan de Learewei. De Koperwiek is een algemene wintergast uit het hoge noorden. Vaak verschijnen ze hier in gemengde troepen met Kramsvogels.
• Op 19 februari zag ik aan de Grienedyk nabij Abbenwier een Rouwkwikstaart in een klein groepje Witte Kwikstaarten. Dit is een bijzondere waarneming. Rouwkwikstaarten lijken erg op Witte Kwikstaarten, maar hun rug is niet grijs maar pikzwart. Ze broeden in Engeland, op IJsland en in klein aantal langs de Hollandse kust. Medewaarnemer was Age W. Niemarkt.
• Een groepje Pestvogels zou zich op 22 februari opgehouden hebben op het Jirnsumer sportvelden-complex. Ik kan de waarneming helaas niet bevestigen. Wie heeft de vogels wel gezien? Ze zijn zo groot als spreeuwen en hebben een opvallend kuifje.

Meldingen graag op tel.: 602377,

Bauke Sienema.




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top ↑